VAKBONDSFAMILIE

Iedereen vanzelfsprekend lid

‘ZONDER BOND ZIJN WE NERGENS’

Tekst Ronald de Kreij Beeld Co de Kruijf

‘WE MOETEN DUIDELIJK MAKEN WAT ER WORDT BEREIKT’

Ze bestaan nog steeds, de echte vakbondsgezinnen. Waar pa, ma en de kinderen allemaal lid zijn van de bond. Zoals de familie Kunst. Voor alle vier gezinsleden is het vakbondslidmaatschap zo vanzelfsprekend, dat ze er maar zelden bij stilstaan.

Als het vakbondslidmaatschap al erfelijk zou zijn, dan komt het van de kant van moeder Erica Kunst (52). Haar vader was zo ongeveer zijn leven lang fanatiek FNV-lid, zelfs tot ver na zijn pensionering. Het was voor zijn dochter dan ook niet meer dan logisch dat zij zich eveneens bij de bond zou aansluiten toen zij in 1990 begon aan haar eerste baan als horlogemaker in de detailhandel. Sinds kort werkt ze in de gehandicaptenzorg, na vele jaren in de wijkverpleging. Haar vakbondslidmaatschap is al die jaren een constante gebleven.

Een soortgelijke invloed had Erica’s vader als opa op zijn kleindochter Elise (Erica’s dochter dus, 25). ‘Hij vertelde veel over wat hij allemaal deed voor de bond’, herinnert zij zich. ‘Ik vond dat leuke verhalen en luisterde als kind graag naar hem.’ Toen op haar zestiende de bond voorbijkwam met een aantrekkelijke lidmaatschapsaanbieding, aarzelde ze dan ook geen moment. Ook nu ze alweer een tijdje in een bloemenwinkel werkt, is ze nog altijd FNV-lid.

LIDMAATSCHAP BELANGRIJK

Voor zoon Sander (21) ligt het anders. Die heeft desgevraagd ‘werkelijk geen idee’ waarom hij lid is geworden van de bond toen hij aan de slag ging als lasser. Zijn moeder wel: ‘We hebben hem een beetje aangemoedigd. Hij had wat gedoe op zijn werk, arbo-overtredingen en zo. Toen hebben we hem verteld dat het handig kan zijn om een bond achter je te hebben staan.’

En dan is daar ook nog vader Dick Kunst (61), machinist bij NS International en helemaal niet afkomstig uit een vakbondsfamilie, maar nu toch ook alweer bijna veertig jaar FNV’er. ‘Ik vond het lidmaatschap altijd al belangrijk’, zegt hij. ‘Voor de cao-onderhandelingen, of in geval van conflicten op het werk. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik ook werd aangemoedigd door collega’s om me aan te melden. Dat heeft gewerkt.’

FOSSIEL UIT VROEGER TIJD

Ze zijn er dus nog, de echte vakbondsgezinnen. Dat zou je gezien recente nieuwsberichten niet snel verwachten. De vakbeweging zou een fossiel uit vroeger tijden zijn, overbodig omdat de steeds mondiger burger inmiddels heel goed zijn eigen boontjes kan doppen. Het ledental daalt inderdaad: in 2019 waren er ruim 100.000 minder mensen lid van een vakbond dan in 2017, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Nu zijn nog zo’n 1,6 miljoen mensen lid, dat is ongeveer een op de vijf werkenden.

Die daling is geen nieuw verschijnsel. Drie keer eerder waren er zelfs nog sterkere dalingen: in 1924, 1984 en 1985. Daar staat tegenover dat nog altijd meer dan de helft van alle werkenden vakbonden heel belangrijk vindt. Met name ouderen en vrouwen, maar opvallend genoeg ook relatief veel jongeren tot 25 jaar. Terwijl juist onder deze laatste groep de meeste mensen hun lidmaatschap hebben opgezegd. Een laatste detail: de helft van alle werknemers die géén lid zijn van een vakbond heeft nooit serieus nagedacht over het lidmaatschap. En dat betreft vooral (alweer) jongeren.

BIERTJE MINDER

Sander maakt van zijn hart geen moordkuil. ‘Sukkels’, zo noemt hij zijn leeftijdsgenoten en al die anderen die geen vakbondslid (willen) zijn. ‘Die hebben geen poot om op te staan als ze op hun werk in de problemen komen. Het lidmaatschap kost maar een paar euro per maand. Voor een biertje minder in het weekend of de prijs van een pakje sigaretten ben je lid en word je ondersteund in je ambacht. Het is wat mij betreft de hoogste tijd dat de werkgevers dat ambacht en dus hun medewerkers weer eens wat beter gaan waarderen.’

Onnodig te zeggen dat de andere gezinsleden er net zo over denken. Toch is de vakbond op momenten waarop het gezin bijeen is geen echt gespreksonderwerp. ‘We hebben het er wel eens over,’ vertelt Elise, ‘maar dat zijn meer terzijdes. Ik kan me zelfs niet herinneren wanneer we het er voor het laatst over hebben gehad. Ja, van vroeger weet ik het nog wel. Mijn vader had het wel eens over de bond inschakelen. “Wat is dat?”, vroeg ik dan als klein meisje. “Nou, die mensen gaan papa even helpen met zijn werk”, kreeg ik dan als antwoord. Daarmee was de kous af.’

‘In je eentje red je het niet’, vindt vader Dick nog steeds. Hij maakt zich dan ook zorgen over de krimpende ledentallen. ‘Kijk wat er gebeurt bij de supermarkten. Zo’n Jumbo bijvoorbeeld drukt er voor de distributiecentra gewoon een arbeidsvoorwaardenregeling doorheen die met de ondernemingsraad is afgesproken. Dat kunnen ze ook doen, omdat op de werkvloer onvoldoende medewerkers rondlopen die zich georganiseerd hebben. Zij kunnen daarom geen vuist maken. Doodzonde vind ik dat.’

POSITIEVE BENADERING

‘Natuurlijk lukt het de bond niet altijd om te bereiken waar op wordt ingezet’, reageert zijn vrouw Erica. ‘En natuurlijk is dat teleurstellend. Maar we moeten het positief benaderen. Zonder vakbonden hadden wij als werknemers helemaal nergens gestaan. En die rol hebben de bonden nog steeds. Alleen zien heel veel mensen dat niet. Of ze willen het niet zien. Daarom is het belangrijk dat de FNV zelf goed duidelijk maakt wat er allemaal wél wordt bereikt. Misschien dat het dalend ledental dan kan worden omgezet in weer een stijging.’

Meld je aan!

Wil je als vakbondsgezin je verhaal vertellen aan FNV Magazine, stuur dan een mail naar redactie@fnv.nl.

Deel deze pagina