MEDEZEGGENSCHAP

HOEVEEL ZEGGENSCHAP HEEFT EOR?

Tekst Ronald de Kreij Beeld Shutterstock

DE DIENSTENSECTOR HEEFT SINDS 2011 EEN EIGEN EOR-PLATFORM

Medezeggenschap van werknemers in Nederlandse bedrijven en organisaties is heel belangrijk. Daarover is iedereen het wel eens. Maar hoe zit dat met de medezeggenschap op Europees niveau in internationaal opererende ondernemingen? Oftewel, hoeveel zeggenschap heeft de Europese ondernemingsraad?

Nou ja, gepassioneerd, gepassioneerd... Hij is inmiddels gepénsioneerd, laten we dat voorop stellen, én Ernst Kuntz was een pionier, dat zeker. Hij belandde begin jaren negentig in de medezeggenschap bij Getronics – als eerste kandidaat van de FNV! – en stond zo’n tien jaar later aan de wieg van de Europese ondernemingsraad (eor) van dat bedrijf. Net op tijd voor een aantal grote internationale reorganisaties.

‘Ja, hoe werkt zoiets?’, blikt hij vragend terug. ‘Er was nieuwe Europese regelgeving en Getronics voldeed aan de voorwaarden voor een eor: meer dan duizend medewerkers in meerdere landen en in minimaal twee landen meer dan 150 medewerkers per land. Maar dan moet je de oprichting van zo’n eor nog wel willen, want het vergt een hoop voorbereiding en overleg. Daarover hebben we toch zeker een paar jaar onderhandeld met de werkgever. Maar gelukkig werden we hierbij ondersteund door FNV Formaat’ (zie ook het kaderbericht 'Europese ondernemingsraad anno 1994' elders op deze pagina).

INFORMATIE- EN ADVIESRECHT

Europese medezeggenschap, ja, die is er inmiddels onmiskenbaar. Maar is hier ook sprake van daadwerkelijke zeggenschap? De meningen van Nederlandse ervaringsdeskundigen zijn niet eens verdeeld: nee. Althans, niet bezien door een Nederlandse bril.

In Nederland hebben ondernemingsraden informatie- en adviesrecht, maar ook initiatiefrecht en in een flink aantal gevallen instemmingsrecht. In Europa blijft de invloed beperkt tot de eerste twee privileges. Heeft de eor advies gegeven, dan houdt het meestal op. Los van de vraag of de werkgever iets met advies heeft gedaan of niet. ‘Je kunt de eor dus niet vergelijken met een Nederlandse or’, zegt Mariëlle van der Coelen van trainings- en adviesorganisatie SBI Formaat (dat is voortgekomen uit een fusie tussen SBI en het eerder genoemde FNV Formaat).

Wie met een Nederlandse blik naar de Europese medezeggenschap vertrekt, komt teleurgesteld thuis.’ ‘Inderdaad’, erkent Peter Zwanenburg, medewerker van én or- en eor-lid bij Spie. ‘Spie is een typisch Franse werkgever. De Franse directie houdt zich wat betreft de Europese medezeggenschap precies aan wat wettelijk moet van de EU, dat gelukkig wel, maar niet meer en niet minder. De eor krijgt wat hij moet krijgen, al is het vaak pas op het laatste moment – dus kort voor de jaarlijkse vergadering of zelfs pas ter plekke – en zonder verdere poespas. De informatie-uitwisseling is bovendien eenrichtingsverkeer. Terwijl ik van opvatting ben dat medezeggenschap ook een vorm van overleg is, en dus tweerichtingsverkeer. Hier in Nederland gaat het onderling overleg trouwens wel goed.’

Van der Coelen begrijpt de frustratie van Zwanenburg. ‘Maar bekijk het vooral ook positief. Dat je als eor informatie- en adviesrecht hebt, betekent dat het management in ieder geval goed naar de te verstrekken informatie moet kijken en dat goed moet afwegen. Je houdt besluiten niet tegen, maar alleen al het feit dat de mogelijkheid van invloed bestaat is beter dan het alternatieve niets. Dus steek dan ook energie in de adviesmogelijkheid!’

PLATFORM VOOR DIENSTENSECTOR

'Pionier' Kuntz herkent de worsteling van veel Nederlandse eor-leden. Hij heeft zelf tot aan zijn pensionering in die positie gezeten, en heeft de materie ook daarna niet los kunnen laten. Hij is als FNV-lid nog altijd een belangrijke vraagbaak voor oud- en nieuwe collega’s.

‘In overleg met mijn toenmalige vakbondsbestuurder Bob Bolte hebben we als FNV besloten een eigen eor-platform op te zetten, speciaal voor de dienstensector. Want bijvoorbeeld binnen de industrie speelde de eor wel al een veel belangrijkere rol. De internationale vakbondskoepels daar waren al veel meer betrokken, en de nationale vakbondsbestuurders in die sector kregen ook meer tijd en ruimte om zich op het Europese speelveld te bewegen. Het was dus feitelijk vooral een kwestie van belang toekennen aan de eor. Ons eor-platform speelt hierop in.’

En zo gebeurde het dat in het najaar van 2011 voor het eerst een thematische FNV-bijeenkomst werd belegd voor eor-leden in de dienstensector. ‘We houden sindsdien twee bijeenkomsten per jaar. Op 30 april hebben we ons tweede lustrum gevierd. Per bijeenkomst behandelen we een speciaal thema dat Europese ondernemingsraden direct raakt. Na afloop is er tijd om te netwerken en ervaringen uit te wisselen. Sinds corona zijn de bijeenkomsten digitaal, wat het netwerken wel wat bemoeilijkt, maar we kunnen in ieder geval door.’

Hoe kijkt Kuntz met al zijn ervaring zelf aan tegen de eor? ‘Ik vind het jammer dat de kracht van het advies nog altijd beperkt is’, zegt hij. ‘In Nederland moet de directie van een bedrijf op zijn minst motiveren waarom een besluit afwijkt van het advies van de or, waarna er bij afwijking van het advies een opschortingstermijn van een maand geldt. In Europa is het advies een eor-opinie, waarna de directie nog altijd kan doen wat ze zelf wil. Dat is een van de grote problemen waarom ook de vakbonden nog steeds met de Europese medezeggenschap worstelen. Zonder meer echte zeggenschap blijft de eor een papieren tijger. Maar dan wel een tijger waar directies hoe dan ook gewaarschuwd naar omkijken wanneer ie binnen gezichtsbereik komt.’

Mariëlle van der Coelen: 'Alleen al het feit dat de mogelijkheid van invloed bestaat, is beter dan het alternatieve niets.’

EUROPESE ONDERNEMINGSRAAD ANNO 1994

De Europese ondernemingsraad is in 1994 op initiatief van de vakbeweging in het leven geroepen door de Europese Commissie. ‘We hadden toen een inmiddels stevig verankerde medezeggenschap in Europa, en zeker in Nederland’, vertelt Mariëlle van der Coelen. ‘Maar het daadwerkelijk kunnen meepraten door de werknemers werd steeds lastiger omdat meer en meer bedrijven internationale spelers werden. En dus was het bijvoorbeeld bij grote reorganisaties ook steeds meer van: “Sorry, dit is op het hoofdkantoor in Overdegrens bedacht, dus wij kunnen er ook niets aan veranderen.” Het idee vanuit de EU was dat de medewerkers in dit soort gevallen ook over de grenzen moesten kunnen meepraten, tot op Europees niveau. Een logische afbakening, want verder dan de grenzen van Europa reikt de macht van de EU niet.’

Een eor opzetten vraagt nogal wat, weet Van der Coelen. Ze werkt bij SBI Formaat, een organisatie die voorkomt uit FNV Formaat en die Nederlandse eor-leden ondersteunt bij eor-vraagstukken. ‘We beantwoorden vragen, verzorgen trainingen, leiden vergaderingen, noem maar op. Want het is lastige materie hoor. De EU schrijft in grote lijnen voor hoe een eor kan worden vormgegeven, maar als je daadwerkelijk medezeggenschap wilt hebben, moet je dat zelf met de werkgever uitonderhandelen. De wettelijke basis is: informatierecht én adviesrecht. Dus de eor moet worden geïnformeerd en geraadpleegd over grensoverschrijdende aangelegenheden. Maar daarmee houdt het op.

nstemmingsrecht en initiatiefrecht, zoals we dat in Nederland kennen, en waarmee de medezeggenschap dus veel ook échte zeggenschap krijgt, bestaat op dit niveau niet. Tenzij je dat dus van tevoren uitonderhandelt. Maar dat is dan weer lastig omdat er zoveel medezeggenschapscollega’s uit andere landen bij betrokken zijn. En die zitten soms weer heel anders in de materie dan jij. En dat is ook vaak omdat de medezeggenschap in hún land weer anders is vormgegeven dan bij ons. Om een lang verhaal kort te maken: het kan heel zinvol zijn om je als eor door een deskundige partij te laten ondersteunen.’

EUROPESE MEDEZEGGENSCHAP: WAAR HEBBEN WE HET OVER?

Europese medezeggenschap, waar hebben we het dan feitelijk over? Mariëlle van der Coelen, werkzaam bij trainings- en adviesorganisatie SBI Formaat, heeft er haar masterscriptie aan gewijd. Volgens haar zijn er eor’en bij in totaal 62 op het Nederlands recht gebaseerde bedrijven. Daarvan zijn 37 ook echt (van oorsprong) Nederlandse bedrijven. In Europa als geheel zijn er zeker 1.200 eor’en. ‘Maar het kunnen er meer zijn omdat de EU geen verplichting voor eor’en heeft ingesteld om zich te registreren.’ Veel van die bedrijven hebben ook vestigingen in Nederland, maar hun hoofdkantoor is niet hier gehuisvest en de eor is ook niet op het Nederlands recht gebaseerd.

Hoeveel Nederlandse eor-leden er zijn, heeft ze niet kunnen achterhalen. ‘Ga uit van 20 tot 25 leden per eor, en je hebt het totaal aantal Europese eor-leden. Naar het Nederlandse aandeel daarbinnen blijft het helaas gissen.’

Ben jij ook eor-lid en wil jij je opgeven voor het eor-platform van FNV Diensten? Neem dan via e-mail contact op met Ernst Kuntz:

Deel deze pagina