DNB

‘DIT IS VERRE VAN IDEAAL’

Tekst Ronald de Kreij Beeld Doon van de Ven

En, hoe bevalt het thuiswerken? Rebekka Tselms, econoom bij De Nederlandsche Bank in Amsterdam, vertelt over haar ervaringen tot dusver.

‘Ik werk deels thuis en deels op kantoor. Ik ben voor veel van mijn werkzaamheden namelijk afhankelijk van de IT-systemen, en die zijn deels gebouwgebonden. Omdat ik direct voor de president van de bank werk en de deadlines soms nogal kort zijn, mogen één collega en ik tijdens de coronacrisis nog wel op kantoor komen. Sinds maart zit ik hierdoor gemiddeld een paar dagen per week op mijn werkplek.’

‘Ik vind het heerlijk dat ik nog naar kantoor kan en mag. Ik woon met mijn man en dochter van vier in een appartement met twee kleine slaapkamers. Mijn man en ik doen ons werk samen aan de eettafel in de woonkamer. Gelukkig zijn de scholen weer open, dus is mijn dochtertje regelmatig daar. Maar als ze thuis is, en een van ons heeft bijvoorbeeld een conferencecall, dan gaat de ander maar even met haar buitenspelen. Als dat kan qua weer natuurlijk.’ ‘Nee, het is allemaal verre van ideaal. Maar dat ligt niet aan mijn werkgever. Die biedt allerlei faciliteiten. Heel fijn, denk ik dan, maar mensen die klein wonen hebben daar weinig aan. Zo mogen we bijvoorbeeld allemaal een goede bureaustoel aanschaffen. Mooi voor in een werkkamer, maar niet aan een eettafel in een kleine woonkamer. Dat doe ik dus niet. En dat merk ik na een dag werken direct aan mijn rug.’

‘Ik wil heel graag volledig terug naar kantoor. Niet alleen voor de betere zithouding, maar vooral omdat ik mijn collega’s mis. Het is niet alleen de inhoud, maar het zijn ook de persoonlijke contacten die mijn werk leuk maken. Persoonlijke contacten leiden tot meer creativiteit. Dat hebben we nu niet. Ik werk nu al zeven maanden alleen. Bijna in een sleur. Het is veel fijner om elke dag samen met je collega’s te kunnen werken aan een houdbaar Europa, in plaats van ieder apart in deelprojecten.’ ‘Het management probeert ons een hart onder de riem te steken met oproepen om vooral vol te houden. Maar de rek is er inmiddels wel echt uit, zeker zonder fatsoenlijke werkplek. En dan nog behoor ik tot de bevoorrechten. Er zijn ook collega’s die in een studio of op een kamer wonen en al helemáál geen kant op kunnen. Daarom vind ik dat wanneer het weer een beetje kan en mag, in ieder geval degenen die het gevoel hebben dat de muren op ze af komen voorrang moeten krijgen om weer zo veel mogelijk op kantoor te gaan werken.’

‘MOOI VOOR IN EEN WERKKAMER, ZO’N STOEL, MAAR NIET AAN EEN EETTAFEL IN DE WOONKAMER’