TWEE GENERATIES

Journalisten

‘ALLES GAAT SNELLER EN ER ZIJN GEEN PAUZES’

Tekst Astrid van Unen Beeld Jeroen Dietz

‘HET IS GEWOON LEUK JE NEUS IN ANDERMANS ZAKEN TE STEKEN’

Het was geen roeping uit haar tienerjaren, maar toen ze eenmaal had gesnuffeld aan het vak Bladenmaken, wilde Sanne Riepema (33) op een redactie werken. Voor Hans Nijenhuis (59) stond het al jong vast dat hij de journalistiek in ging. ‘Het werk is er leuker op geworden.’

Een dag voor dit interview op de redactie van het Algemeen Dagblad (AD) in Rotterdam is Hans Nijenhuis zelf onderwerp van het nieuws. Samen met een fotograaf wordt hij op 13 oktober aangehouden in een busje waarin hij met actievoerders van Extinction Rebellion naar een klimaatdemonstratie reist. Twee dagen eerder is Volkskrant-journalist Mac van Dinther ook al opgepakt. ‘Eén keer is een incident, drie keer is een trend’, zegt Hans. De journalistenbond NVJ heeft een klacht ingediend bij de politie.

EEN KLIKTOPPER

Het is de spannende dynamiek bij een dagblad. Hans kent het klappen van de zweep, hij zit al 35 jaar in het journalistieke vak. Sanne Riepema draait wat korter mee. Vanaf 2011 werkt ze bij DPG Media, de uitgever van het AD, en sinds drie jaar in een relatief nieuwerwetse functie: paid content specialist. Ze coördineert de artikelen op de website die achter een betaalmuur zitten op inventieve wijze. Ze regelt niet alleen de online opmaak, maar ook de koppen, test ze uit bij het lezerspubliek, kiest de winnende kop en serveert ze uit via kanalen zoals sociale media. ‘Zo’n artikel kan dankzij een goede kop en foto van slecht gelezen doorschieten naar kliktopper, zoals wij dat noemen.’

Tegenwoordig werkt Hans als klimaatjournalist, tot enkele maanden geleden was hij hoofdredacteur. Hij raakte steeds enthousiaster over de manier waarop Sanne journalistieke verhalen uitzet. ‘Toen we online gingen, publiceerden we de belangrijkste artikelen in de ochtend, want dat is wanneer mensen ook onze papieren krant lezen. Maar lezers zijn op onze website in grootste getalen om negen uur ’s avonds en blijven er dan ook het langst. Dankzij de data die Sanne verzamelt leren we dat het gedrag van mensen online anders is dan het gedrag van een printlezer.’

GOUDEN VERHAAL

Het roer ging dus om. Lange verhalen verschijnen nu bijvoorbeeld aan het begin van de avond, wanneer mensen meer tijd nemen om te lezen. ‘Sanne vindt dat zelf uit, voor haar is het gesneden koek om naar het online leesgedrag te kijken en daar conclusies aan te verbinden’, zegt Hans. ‘Dat tekent ook hoe het vak eigenlijk veranderd is.’

Sanne: ‘In 2012 bestond de onlineredactie vooral uit oudere collega’s. Die zaten mij weleens heel erg tegen. Pas toen we gingen uitleggen hoe de onlinewereld eruitziet, kreeg ik ze wel mee.’

Een ‘evangeliserende reis over de redactie’, noemt Hans de rondgang die hij met Sanne maakte langs redacteuren om uit te leggen hoe de onlinewereld werkt. ‘We spraken steeds met vijftien mensen. Ik vertelde over de strategie van het AD en Sanne legde uit hoe een verhaal een ‘gouden’ verhaal kan worden dat veel beter gelezen wordt.’ Sanne: ‘Successen delen, dat heb ik van Hans geleerd. En uitleggen hoe het zit; Hans kan heel goed vertellen. Dat wil ik nog wel van hem leren.’

Tekst gaat verder onder de foto

‘HANS KAN HEEL GOED VERTELLEN. DAT WIL IK NOG WEL VAN HEM LEREN.’
‘SANNE LEGDE UIT HOE EEN ARTIKEL EEN ‘GOUDEN’ VERHAAL KAN WORDEN’

LEREN DENKEN

Waarom kozen zij voor het vak journalist? ‘Omdat mensen geen goede besluiten kunnen nemen als ze geen goede informatie hebben’, zegt Hans. ‘Ik denk dat het een emancipatoire werking heeft als mensen informatie hebben. Daardoor maak je ze sterker. Een andere reden is dat het gewoon leuk is om je neus in andermans zaken te steken.’

Hij wist al als tiener dat hij journalist wilde worden. ‘Toen ik op de middelbare school zat ben ik een keer bij een mevrouw die bij de NRC werkte langsgegaan en heb haar gevraagd: hoe krijg ik uw baan? Zij zei: “Je moet gaan studeren. Het ambacht leren we je wel, maar je moet leren denken.” Al studerende leer je veel mensen kennen en dat is ook handig in dit vak. De minister van nu kan zomaar een voormalig dispuutgenootje zijn. Dan weet je, die staat ’s avonds ook gewoon in z’n onderbroek.’

Sanne kwam er tijdens haar opleiding achter dat ze tijdschriften leuk vond. ‘Wij hadden vroeger in ons gezin het AD, maar ik las lange tijd nooit een krant. Ik had gewoon geen interesse in het nieuws. Mijn ouders zeiden steeds: lees die krant nou. Je kunt niet meepraten. Tijdens mijn opleiding Media en Entertainment Management kwam ik er pas achter dat ik schrijven en foto's bewerken leuk vind. Ik liep stage bij NL10, het uitgaansblad van Rotterdam, in hetzelfde gebouw als het AD. Altijd als ik naar m’n stageplek ging, dan zei ik tegen mezelf: ik wil later bij het AD werken.’

LEUKER WERK

De werkdruk is in de loop der jaren flink toegenomen. Vroeger was er pauze als de krant naar de drukker ging. Nu gaat het werk maar door. Sanne: ‘Dat is zo. Maar je werkt ook in shifts en dan dragen we aan elkaar over.’ Tegen Hans: ‘Ik denk dat jij meer overwerkt.’

Hans: ‘Alles gaat veel sneller. Je hebt vliegensvlug toegang tot rapporten. Bij een bosbrand kun je heel snel via sociale media ooggetuigen vinden. Het houdt nooit op. Maar het werk er ook leuker op geworden. Vernieuwingen kosten energie, maar géven ook energie.’

Natuurlijk zijn er zaken hetzelfde gebleven, benadrukt hij. ‘De juiste vraag op het juiste moment stellen, dat doen we nog steeds. De rest is veranderd. Het maakt nogal wat uit of de krant door 400 duizend abonnees wordt gelezen, of door nog een miljoen lezers extra.’

‘HET MAAKT UIT DAT DE KRANT NU DOOR EEN MILJOEN LEZERS EXTRA WORDT GELEZEN’

EN NOG DIT...

Kunnen jullie een gebeurtenis noemen die je is bijgebleven en waarbij je betrokken was als journalist?

Sanne: ‘Vorig jaar vlak voor de lockdown ging ik op vakantie naar Marokko. Ik zat er vier dagen toen de grenzen plotseling dicht gingen. Ik kreeg meteen een buitenlandverslaggever aan de lijn en iemand van de podcastredactie. Toen was ik zelf ineens verslaggever van de nieuwssituatie. Dat vond ik erg leuk, naast de stress natuurlijk van het regelen van een terugreis.’

Hans: ‘Ik was verslaggever van een oorlog in Tsjetsjenië. Onderweg werden we beschoten en werd een collega-journalist vermoord, een Duitse correspondente van Der Spiegel. Dat was heel heftig. Tegenwoordig krijg je training als je als journalist naar oorlogsgebied moet. Maar 100 procent veiligheid krijg je nooit.’

Hebben jullie een inspiratiebron, een journalist of een medium?

Sanne: ‘De wereld van tijdschriften. Als tiener bracht ik tijdschriften als de Playboy en Donald Duck rond. Daarna werkte ik in een boekenwinkel. En na het verkopen ben ik ze gaan maken.’

Hans: ‘Journalist Marc Chavannes ken ik vanaf mijn 24e. Ik studeerde een jaar in Londen, toen hij correspondent was van de NRC. Ik schreef hem een brief en vroeg of ik hem kon helpen, want hij moest vast weleens naar twee conferenties tegelijk. We maakten een deal: als ik zijn archief zou bijhouden, zou hij me laten zien hoe hij interviews deed en stukjes tikte. Hij was mijn leermeester, en dat is hij gebleven. Hij is nu 75, maar nog steeds een jonge hond. Zijn reflex is altijd helpen. En hij kent de hele wereld.’

Deel deze pagina